Ga naar de inhoud

Ien Dienske - Camelot magazine

Menu overslaan
CAMELOT MAGAZINE
Title
Menu overslaan

TERUGKEREN EN VERDERGAAN

Gesprek met Dr. Ien Dienske (1939)



In 1988 verliet dr. Ien Dienske  (1939) de Universiteit van Utrecht waar zij doceerde in het vak  wijsgerige pedagogie. Zij ging met 'zeer vervroegde VUT', al was ze nog geen vijftig. Korte tijd voor haar vertrek promoveerde zij op het  proefschrift Terugkeren en verdergaan,  waarin zij de eenzijdigheid en gewelddadigheid van onze cultuur  bekritiseert, maar waarin zij tegelijk de middelen aanreikt om te komen  tot een grotere veelzijdigheid en rijkdom. Een van die middelen is het  opnieuw opnemen van zg. narratieve kennis. Deze vorm van kennis is de  tegenpool van informatie-verwerving. Onze maatschappij wordt bedolven  onder informatie en dreigt de 'echte' kennis, ontleend aan de menselijke  ervaring en de levensgeschiedenis te verdringen.
In  een gesprek met Alexandra Gabrielli vertelt len Dienske over het belang  van narratieve kennis en de noodzaak van een bewustzijnsveranderíng.  Gaande het gesprek wordt haar eigen levensverhaal uitgangspunt, dat  blijkt te zijn gesponnen van draden van wijsheid.

Het interview vond plaats in 1988

“lk kan me niet anders herinneren dan  dat ik dacht: wat loop ik hier te doen op deze wereld en waar is het  goed voor? Wanneer verknoei ik mijn leven niet en wanneer kan ik rustig  doodgaan? ik besefte heel sterk dat ik antwoord moest geven op de vraag  wat ik moest doen tussen het moment van geboorte en sterven”.
Ien  Dienske (1939) kijkt me vragend aan, als om af te tasten of haar  woorden wel goed overkomen en of ik een goed verstaander ben. Ze is  klein van gestalte en heeft een paar opvallende lichtgroene ogen. Een  antwoord op haar levensvragen geeft zij in haar proefschrift Terugkeren en verdergaan. Daarin pleit zij voor het opnemen van narratieve kennis in de sociale wetenschappen. Narratieve kennis (van narratio =  verhaal) is ontleend aan levensverhalen en persoonlijke ervaringen van  mensen en heeft nauwe banden met levenswijsheid en de culturele traditie  waarin men staat. In de moderne wetenschap is narratieve kennis  gedegradeerd tot verhaaltjes, mythen en fabels, “goed voor vrouwen en  kinderen”.
Wat wij als  ‘echte kennis’ beschouwen is informatie. Ien noemt dat 'opslag-kennis’  of een ‘zich uitbreidende hoeveelheid correcte uitspraken over wat is of  is geweest’. Deze kennis bevindt zich grotendeels buiten de persoon en  hoeft eigenlijk niet geweten te worden als men ‘maar weet waar het  staat’.
Toch is er een  kentering waar te nemen. De laatste tijd begint men in de  geschiedwetenschap en de theologie de narratieve stromingen weer te  ontdekken en ook in de pedagogiek is men bezig de narratieve traditie  uit de vergetelheid te halen.
Ien  pleit er nu voor naar methoden te zoeken die dit soort kennis kunnen  ontwikkelen als tegenwicht voor onze huidige manier van kennis  verwerven. Zij verwijst in dit verband o.a. naar de filosoof J.F.  Lyotard die aangaf dat de aard van kennis aan het veranderen is onder  invloed van de massale verspreiding van informatie-machines. Het ziet  ernaar uit dat wat in de nabije toekomst onder kennis wordt verstaan,  vertaalbaar moet zijn in digitale codes en dat wat niet op die manier te  verwerken is, terzijde wordt geschoven. Maar, het oude principe van  kennis verwerven is onlosmakelijk verbonden met de persoon en met  vorming of Bildung.  Lyotard vreest dat Bildung van de geest en van de persoon … “in onbruik  zal raken. De informatie die de wetenschap zoekt sluit ambivalenties  uit. Maar ons bestaan en het beleven van de onuitputtelijke rijkdom van  de wereld kunnen niet worden opgedeeld in combinaties van een-en-nul.  Vandaar het onderscheid in twee soorten kennis. Informatie, opgenomen in  de productie-consumptiestroom als handelswaar is één vorm van kennis;  narratieve kennis is een andere vorm, die evenveel recht van bestaan  heeft”.

Narratieve  kennis kan leiden tot doorleefde kennis. Anders gezegd: tot een  existentieel weten dat verweven is met de persoon en geworteld in de  geschiedenis van die persoon. Ze is ook verbonden met de culturele  traditie waarin die persoon staat.
Iens  eigen onderzoek naar narratieve kennis spitste zich toe op de  zogenaamde eenheídsherstellende ervaringen en de mogelijkheid van een  ‘nieuw bewustzijn’.
Zij  ging na of er tekenen van bewustzijnsverandering terug te vinden zijn in  eigentijdse (literaire) verhalen. Eenheidsherstellende ervaringen zijn  ervaringen waarin mensen hun gespletenheid overstijgen. Ze herstellen de  eenheid of de samenhang tussen mens en wereld en de samenhang binnen de  persoon, in elk geval zolang de ervaring duurt. In deze  eenheidsbeleving vindt de persoon een werkelijkheid die door het  moderne, alledaagse bewustzijn genegeerd wordt. Voor haar onderzoek  zocht Ien in het autobiografische werk van schrijvers als Nescio en Van  Oudshoorn en in de romans van Mulisch, Atwood en Meyerink. De  wetenschappelijke werkwijze die zij gebruikte en gedeeltelijk zelf  ontwikkelde, bleek zeer geschikt voor  het begrijpen en beschrijven van ingrijpende ervaringen in iemands  leven. Ien: “De werkwijze is gericht op het uitleggen van de betekenis  die zo’n ervaring heeft voor de persoon die haar onderging. Dat zijn  persoonlijke betekenissen. Daarnaast probeerde ik een patroon van  betekenissen op te sporen dat zichtbaar wordt als je de ervaring bekijkt  in het licht van de cultuurkring waarin de persoon verkeert. Dat zijn  de culturele betekenissen”.

Zo  kunnen we nagaan of een eenheidsherstellende ervaring ook waarde heeft  voor een cultuur als de onze, waarin bijvoorbeeld de milieu-bedreiging  en de man-vrouw problematiek een rol spelen. Met behulp van  cultuurkritische beschouwingen van o.a. E. Neumann, A. Burnier, J.  Gebser en G. Anders zocht Ien naar de culturele betekenissen van zo’n  beleving en zij kwam tot de conclusie dat eenheidsherstellende  ervaringen inderdaad van persoonlijke en culturele betekenis kunnen  zijn.
“Het aardige is”,  vervolgt Ien, “dat je naar de levensloop kijkt van een mens vanonder de  microscoop vandaan waardoor de details naar voren komen. Zo wordt een  individu herkenbaar voor andere mensen. Mijn onderzoek was gericht op de  eenheidsbeleving die bijvoorbeeld het kenmerk heeft dat tijd geen rol  meer speelt. Zo’n beleving geeft een gevoel van tijdloosheid. Maar, wat  heb je daaraan gezien de culturele situatie waarin we ons bevinden? Nu,  als je zo’n ervaring gaat uitdiepen, dan is dat niet alleen om de  ontwikkeling van iemand persoonlijk te belichten maar ook de culturele  situatie. Deze manier van werken brengt de geschiedenis van het individu  en van de gemeenschap samen. Wie zich verdiept in de innerlijke  biografie van iemand anders, of van zichzelf, verdiept zich in  langlopende processen en ontsnapt zo - al is het maar voor even - aan de  stroom van het vluchtige vermaak dat wij de hele dag over ons heen  gestort krijgen”.
Ien  brengt in dit verband de Duitse filosoof Günther Anders naar voren die  nu boven de tachtig is en enorm veel voor de vredesbeweging heeft  gedaan: “Hij heeft op hyperbolische wijze beschreven hoe wij allen in  het productie-consumptie-systeem zitten opgesloten en waar we niet meer  kunnen uitstappen. Zodra wij iets doen, hoe creatief het ook is, wordt  het opgenomen in het systeen dat een eigen leven gaat leiden. In die  eenheidsherstellende ervaring nu, zijn de dingen mooi terwille van  zichzelf en niet omdat je er iets mee moet of ze kunt gebruiken. Dat  moment is eigenlijk een moment van ontsnapping aan het instrumentele  denken. Dat denkt: iets is altijd ergens voor, heeft een doel of  ‘hier  moet ik wat mee doen’.
Met  zo’n mentaliteit zijn we eigenlijk op een heel egocentrische manier  bezig de wereld te beleven. Maar, daar kunnen we uitbreken. Er is een  andere manier om de werkelijkheid te ervaren dan alleen instrumenteel,  redenerend en gebruikend zoals we gewend zíjn. We kunnen ook zeggen: wat  betekent die gebeurtenis voor die persoon in zijn ontwikkeling? Dan heb  je een andere betekenis te pakken”.

Antropologie van de zwaarmoedigen

De  plaats die Ien aan de mens in de wereld toekent, wijkt af van de  gangbare opvattingen. De algemene opinie over de mens en het menselijke  bestaan die gangbaar en dominant is in de sociale wetenschappen, is niet  de hare. Zij noemt het geheel van hedendaagse overtuigingen - die hun  oorsprong vinden in de wetenschappelijke wereldbeschouwingen van de  achttiende en negentiende eeuw - een  ‘antropologie van de  zwaarmoedigen’.
Deze antropologie heeft een aantal kenmerken - Ien telt er drie - als volgt gerangschikt:
1.  Je wordt toevallig geboren bij deze ouders, in deze cultuur en in deze  tijd. Je komt uit het niets en leeft een korte tijd in een zinloos  heelal en verdwijnt daarna weer in het niets.
2,  Je wordt van ‘buitenaf’ bepaald door omstandigheden en van ‘binnenuit’  door lichamelijke erfelijkheid en door een moeilijk of niet te hanteren  ‘onbewuste’ dat boordevol niet te vertrouwen neigingen is. Autonomie is  een illusie.
3. De  samenleving waarvan je deel uitmaakt wordt beheerst door strijd,  strategie, macht van weinigen en machteloosheid van velen. Een goede  politiek kan dit alles wat afzwakken of verbeteren, maar dat helpt niet  zoveel.

“Is er een  doeltreffender manier te bedenken om lusteloos of agressíef te worden,  dan het elkaar aanpraten van deze nachtmerrie?” vraagt Ien zich af, en  ze vervolgt: “Deze gruwelijke en merkwaardige opvattingen over de mens  en zijn bestaan gaan door voor verlicht, omdat ze ontdaan zijn van  illusies. Toch zijn deze opvattingen nauwelijks twee eeuwen oud en  ‘bewezen’ zijn ze al helemaal niet. Maar hoe kun je ooit je waardigheid  als mens ervaren wanneer je een speelbal bent van niet te vertrouwen  omstandigheden van binnenuit en van buitenaf? Deze  individu-ondermijnende opvattingen zijn naar mijn overtuiging zeer  vervuilend en tasten onze moed en ons vertrouwen aan dat we waardige  mensen zijn die de wereld iets waardevols te bieden hebben. We negeren  in de Westerse beschaving - collectief gesproken - de  cultuurvernieuwende impulsen die allang aan de gang zijn. We blijven  maar koppig zeggen dat ze op nlets zijn uitgelopen, dat ze ‘burgerlijk’  waren of we vonden andere kwalificaties uit om vooral toch maar deze  tendenzen niet serieus te nemen. Maar, als we bereid zijn de  pathologlsche moedeloosheid even tussen haakjes te zetten en we stellen  ons open voor hoopvolle tendenzen in de Westeuropese cultuur van ruwweg  rond de voorbije eeuwwisseling en de laatste helft van deze eeuw, dan  zijn er bemoedigende ontwikkelingen te ontdekken. Er worden dan allerlei  pogingen zichtbaar om tot een rijker mens- en wereldbeeld te komen”.

Hoe  voltrekt zich nu de ontwikkeling naar een nieuw geheel van opvattingen  over de mens en zijn wereld in de ‘innerlijke biografie’ van mensen, wat  kunnen we leren van hun levensgeschiedenis en wat belemmert die  ontwikkeling eventueel?
Ien  zocht naar antwoorden in romans en begreep al gauw dat het lang niet  voor iedereen eenvoudig is de nieuwe visie op de mens en zijn wereld die  bezig is baan te breken, te doorleven en te doorzien. Een goed  voorbeeld vond zij in de roman Surfacing van  de Canadese schrijfster Margaret Atwood waarin de hoofdpersoon - een  naamloze vrouwelijke ik-figuur - is vastgelopen. Deze hoofdpersoon maakt  een ingrijpende ervaring door die haar losser maakt en zelfs vrij maakt  uit die dichtgeslibde antropologie.
Volgens  Ien zijn - metaforisch gezien - alle eenheidsherstellende ervaringen  een terugkeren naar het zogenaamde ‘vrouwelijke principe’. Tot dat  principe behoren o.m. beeldend denken, intuïtieve en visionaire  waarheid, organische samenhang,  initiatie, magie en mystiek, het op  vitale wíjze in de werkelijkheid geworteld zijn en het ervaren van  verbondenheid, een cyclische ontwikkelingsopvatting en wijsheid. In deze  zin is Iens onderzoek vooral maatschappelijk van belang.
Zij  verklaart: “Het gebrek aan respect voor datgene dat tot het vrouwelijke  principe wordt gerekend, wordt in verband gebracht met de crisis waarin  de westerse cultuur zich volgens  sommigen bevindt. Een centrale plaats in de interpretaties van de  verhalen wordt dan ook ingenomen door het ontbreken van, c.q. het  herwaarderen van de vrouwelijke aspecten. Deze aspecten integreren in je  eigen leven is niet eenvoudig en van de zes hoofdpersonen die ik heb  onderzocht in de romans - drie mannen en drie vrouwen - lukt het een  vrouw een beetje. Er is nog een lange weg te gaan om dit vrouwelijke  principe te integreren. Toch zal het moeten in een wereld die  gedomineerd wordt door het mannelijke principe waartoe ik reken:  discursief denken en abstractie-vermogen, systematisch denken, logische  samenhang, gesystematiseerde logica, rationaliteit en vrijblijvende  mogelijkheden, denken over de werkelijkheid, afstand en toeschouwer  zijn, lineaire ontwikkelingsopvatting, delen van bewustzijn, kennis van  gebieden en deelgebieden”.

Maar, hoe is Ien zelf tot het onderwerp van de eenheidsherstellende ervaring gekomen, vraag ik haar na deze uiteenzetting?
Ien:  “Het was niet zo dat ik op een dag besloot dit onderwerp te kiezen.  Mijn proefschrift is meer de vormgeving van een verslag van een lijn die  door mljn eigen leven loopt. Wat mijzelf betreft, het heeft me veel  moeite gekost menselijk te worden. Daarvoor heb ik steen voor steen naar  boven moeten halen. Ik weet wat het is als je het benauwd hebt en met  veel moeite heb ik mij door een proces heen geworsteld en toen ik dat  had gedaan, kwam er ruimte voor andere ervaringen.
Ik  kreeg ervaringen die in onze cultuur niet zo normaal worden gevonden,  maar ik moest er toch wat mee. Ik ging op een keer naar Todtmoos in  Duitsland waar Karlfried Graf von Dürckheim woonde. Hij had veel over  Zen en psychologie geschreven en met hem kon ik praten. Het was een  opluchting te horen dat dergelijke ervaringen vrij normaal zijn. Daarna  ben ik begonnen met het lezen van romans en ik merkte iets op bij de  auteurs, iets dat je spiritueel zou kunnen noemen en hoewel ze niets  spiritueels bedoelden in hun boeken, moest je wel blind zíjn dat er niet  in te lezen. Natuurlijk zijn díe boeken niet geschreven omdat de  schrijvers dachten: hoe kunnen we nu de spirituele kant van ons bestaan  verhelderen? Welnee, de figuren in die boeken hebben het benauwd, net  zoals wij het benauwd kunnen hebben en dan maken ze plotseling iets mee  dat een andere kant van het leven laat zien. Daar was ik door geboeid,  want ik dacht, die existentiële ellende kennen we nu onderhand wel, daar  schrijven we al zo Iang over, maar hoe kom je eruit?

Tijdens  een werkcollege heb ik eens aan studenten gevraagd een ervaring in de  natuur te beschrijven die diepe indruk op hen had gemaakt. De uitkomst  was dat bijna iedereen een ervaring van eenwording op schreef. Zo’n  ervaring ligt kennelijk voor de meeste mensen wel binnen hun bereik,  maar de vraag is of ze deze ervaring kunnen integreren in het  alledaagse, westerse bewustzijn. Daar zit nu het probleem. Het zoeken in  romans vond ik een goede gedachte omdat je dan een overzicht krijgt van  iemands totale ontwikkeling en dat is zinvoller dan het interpreteren  van een enkele ervaring. Zo’n ervaring krijg je niet zomaar cadeau zoals  je kunt lezen in de romans en het is moeilijk er contact mee te blijven  houden.
Waarom raak je dat  gevoel weer kwijt? Eigenlijk is dat niet de bedoeling. Dat wilde ik nu  graag uitzoeken. Daar worstel ik ook mee. Ik heb zelf wel eens gedacht  een wekker op mijn kamer op de universiteit neer te zetten die elk uur  afloopt om mij eraan te herinneren dat mijn werk niet de enige wereld is  die bestaat maar dat er nog die andere wereld is. Het aflopen van de  wekker moest die twee werelden dan weer wij elkaar brengen”.

Je  bent eigenlijk bezig met psychologie, als ik je zo hoor, maar dan in  een vorm die vanouds deel uitmaakt van religies waarin de spirituele  ontwikkelingsgang van de mens een rol speelt en de basis is van het  menszijn, zoals de contemplatieve tradities in het katholicisme en het  boeddhisme bijvoorbeeld.

“lk  ben niet vertrokken vanuit een theorie van een of andere psychologie.  Ik dacht, laat ik eens proberen de ervaringen van iemand uit te diepen.  Daarna heb ik ook nog wel door de ogen van een theorie willen kijken,  omdat dat heel verrijkend kan werken”.

Jij gaat dus zuiver uit van de ervaring?

“Ja,  dat is het enige dat zin heeft. Misschien ben ik daar wel extra  gevoelig voor, omdat de gereformeerden - ik ben gereformeerd opgevoed -  denken de waarheid te bezitten en elkaar daarin ook sterken, terwijl ik  denk dat ook al zou je de waarheid hebben, dat zinloos is. Het gaat erom  dat je op de ene of andere manier verbonden bent met hoe je leeft”.

Je bedoelt dat je manier van leven in overeenstemming is met dat wat je ervaren hebt en dat je dat integreert?

“Ja.  Studenten vroegen me wel eens of ik reïncarnatie-ervaringen had gehad.  Tegenwoordig moet je overal over praten. Ik vroeg dan eerst: waarom  willen jullie dat weten? Hebben jullie zelf zulke ervaringen gehad? Pas  als iemand daarover ervaringen heeft, kun je ergens over praten. Anders  begin ik er niet aan”.

Dat vind je allemaal te theoretisch?

“Het  gaat erom wat ik realiseer en niet om wat ik jou zit aan te praten.  Praatjes zijn geduldig. In wat we tegenwoordig de Nieuwe Tijds-beweging  noemen, wordt er bijvoorbeeld flink enthousiast gepraat over  spiritualiteit en op zích is dat best, maar het gaat mij wel eens wat te  hard. Ik vraag dan: in hoeverre lukt de integratie en is er sprake van  wat je een nieuw bewustzijn zou kunnen noemen?
Ik  vermoed dat er nog heel wat valt te doen. Het is aan de ene kant wel  goed erover te praten, omdat er dan een perspectief geboden wordt, maar  het is aan de andere kant wel zo dat je die integratle niet zomaar even  voor elkaar hebt.
Ik ben  altijd al gevoelig geweest voor deze dingen. Ik huppel niet zomaar  achter elk nieuw idee aan. Echt integreren, daar gaat het om, maar dat  is niet zo eenvoudig”.

Je  zei daarnet dat we nu wel genoeg hebben gepraat over de existentiële  ellende. Welnu, iemand besluit uit een ellendige situatie te stappen.  Wat doe jij?

“Je  dient je eerst bewust te worden voordat je zo’n besluit neemt. ZeIf zet  ik de situatie op een gegeven moment in een ruimer perspectief. Ik ga  eerst een tijdje mopperen of schelden, liefst zo dat niemand last van  mij heeft en ik probeer die bezigheid zo kort mogelijk te laten duren,  omdat ik weet dat mopperen niet helpt. Vervolgens stel ik mij de vraag  wat ik daar in die situatie doe. Hoe ben ik erin terecht gekomen? Ik  span me in om te weten te komen waarin ik gevangen zit en waar mijn  conflict op berust. Dat is op zich een al niet eenvoudig proces. Het  kost veel concentratie en veel tijd. Als de situatie heel bar is, dan  moet je tot op de bodem gaan, maar soms moet je ook veel geduld hebben  en meer luisteren dan actief zijn. Gaan rukken en trekken aan dit soort  processen omdat je wilt dat de situatie maar gauw voorbij gaat, heeft  geen zin. Vaak denken we als we ons in dramatische existentiële  situaties bevinden, dat jij er zelf niet toe doet en dat het er niet toe  doet dat je geboren bent en dat het niemand wat kan schelen of  je er  bent of niet. Het betreft hier angsten die je tot op de bodem moet  durven aankijken en als je ze goed hebt doorvoeld, kun je ze ook  loslaten. Dat is het allermoeilijkste omdat sommige situaties zo  verpletterend zijn. Vraag jezelf: waarom ben ik in deze situatie terecht  gekomen, of: wat heb ik mijzelf willen leren door het zover te laten  komen? Ik zeg dan zelf: ik ben geboren en zeker niet toevallig en ik  wil, net als iedereen, iets realiseren in dit leven en een bijdrage  leveren. Ik probeer zelf altijd te zoeken naar evenwicht. Aan de ene  kant kun je gevoelens niet wegstoppen, en aan de andere kant moet ik er  ook voor zorgen leiding over mijn gevoelens te houden. Ik wil me dus  beslist niet laten meeslepen door mijn gevoelens. Veel gebeurtenissen  zijn langlopende processen en geen incidenten. Dat houd ik bij. Op  kaarten schrijf ik in hoofdlijnen de gegevens op die ik later weer pak  om een incident te plaatsen op de hoofdlijnen. Dit is de beschouwelijke  kant. Praten met een vriendin doe ik ook. Tegen iemand praten is betere  kwaliteit dan een monoloog houden in mijn hoofd. Het maakt ook uit hoe  iemand luistert. Als ik bijvoorbeeld een droom vertel aan een vriendin  die ik aI 25 jaar ken, begríjp ik ineens de betekenis onder het praten,  maar niet als ik deze opschrijf voor mezelf”.

Je sprak daarnet over realiseren. Wat wil jij realiseren?|

“Als ik het algemeen mag houden”.

Liever niet. geef eens een voorbeeld uit je eigen biografie.

“Er  waren veel dingen die ik graag wou. Ik heb het niet altijd gemakkelijk  gehad en dan hoop je toch dat je met je ervaringen iets kan doen, zodat  anderen er ook wat aan hebben. Dan is het allemaal niet voor niets  geweest. Sinds mijn kleutertijd ben ik voortdurend bezig geweest met  veel vragen. Waarom is er zoveel verdriet op de wereld? Ik kon nog niet  lezen of ik zat al met de kinderbijbel op schoot, te kijken naar platen  waarop er weer iets vreselijks gebeurde en ik dacht: waarom is dat toch  allemaal zo?
In de leeftijd  van 18 tot 28 jaar heb ik wel honderden levensverhalen van mensen  aangehoord. Ik wilde weten wat de mensen de moeite waard vonden in het  leven. Ik heb het zelfs bestaan in mijn puberteit mensen voortdurend  lastig te vallen met die vraag en ik besef nu pas hoe ontzettend  confronterend dat is geweest, maar ik had er toen geen idee van. Ik  vroeg bijvoorbeeld aan oude mensen: waar heeft u spijt van en wat vond u  goed in uw leven? Ik vroeg maar door en drong aan: waarom dan? Ik wilde  maar weten wat voor leven die mensen geleefd hadden en wat ze waardevol  vonden. Ik kon niet bij de bushalte wachten of ergens een broodje eten  of ik begon te vragen. Het geboeíd zijn door verhalen is voor mij dus  niet zo ongewoon en is feitelijk begonnen met de bijbel. Het enige  trouwens waar ik goed in was op school was in bijbelverhalen. Ik ben  gereformeerd opgevoed, dus ik hoorde niet anders in mijn jeugd. Maar  verder was ik tot mijn achttiende jaar eigenlijk nogal dom.

Wat  me trouwens opviel - en dat is moeilijk uit te leggen, en men zal het  ook wel tegenspreken - is dat men in de kerk eigenlijk niet geloofde.  Dat is raar want alles draait om het geloof, maar ik had als kind altijd  dat gevoel. Ken je het verhaal van Gideon? Gideon hoort een stem en  krijgt een opdracht om iets te doen. Maar, denkt hij, stel dat ik het  niet goed heb gehoord? Hij spreekt nu het volgende met God af: hier is  een schapevel en ik ga daarop slapen. Als nu morgenochtend het gras nat  is en het schapevel droog, dan geloof ik dat ik het goed heb gehoord.  Gideon gaat slapen en ja hoor, het gras is nat en het schapevel droog.  Typisch menselijk als hij is, denkt hij bij zíchzelf: ja, dat kan wel  toeval wezen, en hij zegt tot God: weet u wat, we keren het geval om.  Als morgen het schapevel nat is en het gras droog, dan geloof ik u. Hij  gaat slapen, en ja hoor, aldus geschiedde. We gingen per jaar een keer  de bijbel door en dat verhaal hoorde ik dus vele malen, maar ik had  altijd het gevoel dat men het niet geloofde en dacht: ja, dat zal ooit  wel bij Gideon zijn gebeurd, in het grijze verleden, maar met mij heeft  dat verhaal niets te maken. In die zin vond ik dat men erg los stond van  datgene waar men echt van overtuigd was. Het verhaal had niet direct  met henzelf te maken. Ik vond het heel verwarrend, maar de vreugdeloze  sfeer heb ik nog het ergst gevonden. Nu heb ik er geen last meer van,  maar daar heb ik lang over gedaan. Heel lang heb ik geen orgelmuziek  willen horen tot ik onlangs muziek van Messiaen hoorde en besefte dat ik  het orgelspel heel mooi vond. Ik geloof dat ik nooit zo eenzaam was als  in de kerk. Natuurlijk hoort dat het omgekeerde te zijn, het toppunt  van intimiteit”.

In welk opzicht was je dom op school?  Je zei dat je dom was tot je achttiende. Had je slechte rapporten?

“Ja,  ik ben een keer blijven zitten, maar later heb ik begrepen waarom. Ik  had een afkeer van al die losse feiten die we moesten leren en ik kon ze  ook niet onthouden, maar eigenlijk konden ze me niet schelen. Ik voelde  me op school niet zo op mijn plaats eerlijk gezegd. Ik verveelde me  ook”.

Wat gebeurde er op je achttiende?

“Toen  werd ik kleuteronderwijzeres, waarvoor ik geleerd had. Dat was een  fijne opleiding. Daar hoefde ik niets uit mijn hoofd te leren en ik  slaagde met allemaal achten. Daarna heb ik avond-HBS gedaan en  vervolgens heb ik me ingeschreven aan de universiteit in Utrecht om  pedagogie te studeren. Mijn hele achtergrond is pedagogisch. Ook heb ik  nog zeven jaar in Den Haag gewoond, waar ik werkte in de Schilderswijk.  Dat was een pittige periode. Ik ben pas laat begonnen met systematisch  nadenken en ik geloof dat ik mijn verstand Iangzaam heb ontwikkeld. Ik  heb het gevoel dat wanneer ik iets met mijn verstand veroverd heb, het  dan pas goed is. De emotionele basis is er bij mij altijd wel. Ik ken  iemand die precies het omgekeerde heeft. Hij is heel rationeel ingesteld  en moet vaak als een gek worstelen om contact te krijgen met zijn  gevoelswereld en om daar wat warmte in te krijgen. Ik kan wel bij die  warmte komen, maar ik moet er wel voor zorgen dat mijn verstand helder  blijft. Daar heb ik hard voor moeten werken”.

Zeggen de mensen wel eens dat je wijs bent?

“Soms.  Maar dat mag je niet opschrijven. Het is wel het enige dat ik vroeger  wou. Als ik mezelf vroeg: wat wil je nu worden? antwoordde ik: wijs  worden. Later dacht ik: dat wil ik niet meer, daar moet je teveel  ellende voor doormaken. Laat maar zitten. Nu denk ik er niet rneer zo  over na”.

Hoe stonden je studenten tegenover jouw benadering en de eenheidsherstellende ervaring?

“Ze  hadden er belangstelling voor. Zij vallen natuurlijk ook in slaap boven  al die handboeken die niet om door te komen zijn. Stuk voor stuk vinden  ze die afschuwelijk en ze hebben groot gelijk. Wat hen aansprak was  mijn verhaal over de nieuwe impulsen die er zijn en die wijzen in de  richting van een rijker mens- en wereldbeeld en een omvattender  kennisbereik. Ik legde de nadruk dus niet op het feit dat we in een  crisis verkeren. Intuïtieve kennis mag ook serieus genomen worden.  Daardoor wordt het leven rijker. Veel belevingsmogelijkheden werden in  het verleden afgeknepen, maar kunstenaars bijvoorbeeld stapten aan het  begin van deze eeuw uit een gesloten systeem. Men ging in die tijd ook  de natuurvolken serieus nemen en men besefte dat men wat van hen kon  leren.
We kunnen  oneindigheid in onszelf beleven, of noem het grenzeloosheid, maar zoals  ik aan mezelf merk, we zijn daar bang voor. lk heb een tijdlang heel  hard moeten werken en toen droomde ik ook dat ik te hard werkte, omdat  ik bang was voor die oneindigheid. Ons ik voelt zich daarbij niet op  zijn gemak. Ik heb geprobeerd mijn ik gerust te stellen in de zin van:  je bent een uitstekende adviseur, ik heb je nodig maar je bent niet  alles. Nu ja, zo ongeveer. We zijn in onze cultuur zeer gefocussed op  dat ik. Alles draait om het ik. Om jezelf te handhaven en jezelf te  kunnen redden in de wereld is dat ook wel nodig, maar wat buiten ruimte  en tijd ligt, daar voelt het ik zich niet op zijn gemak. Het ik hoort  bij ruimte en tijd en daar heeft het een goede functie. Uiteindelijk  denk ik, maar ik vind het nog moeilijk daarover te spreken, dat onze  menselijke krachten op het kruispunt van het ik en de oneindigheid  liggen. Het ik moet sterk zijn, maar niet de baas spelen en op het  kruispunt waar het eindige en oneindige kunnen samenwerken, daar is de  meeste creatieve kracht. Op dat kruispunt ligt de kans en dat heeft te  maken met de juiste combinatie. Maar, het is niet zo eenvoudig hierover  te praten, en nog minder eenvoudig is het voorwaarden te scheppen  waaronder je dit gaat beseffen.
We  hebben het allemaal zo druk en we werken zo hard, maar dat harde werken  is eigenlijk het toppunt van passiviteit. Je laat gewoon je agenda  vollopen en die werk je af. Iedereen denkt dat dit hoge tempo zo goed  voor ons is en we vragen elkaar: hoe gaat het me je? en we antwoorden:  O, wat hebben we het druk! Eigenlijk is dat bewustzijnsverlaging.

Waar  ik ook moeite mee heb - en dat is ook een collectieve kwaal - is dat er  de godganse dag wel iets te beleven valt, iets nieuws, iets leuks of  iets spannends. Maar is dat nog leven?  Deze dingen komen op je af, de  hele dag door, vanaf het moment waarop je je ogen opendoet, tot je ze  weer sluit. Als je voortdurend op al die appèls ingaat, heb je niet meer  de tijd in te gaan op de intuïtieve indrukken en de signalen, en deze  te verwerken voor je ontwikkeling. Ik weet dat als ik me teveel laat  meeslepen, hetgeen regelmatig gebeurt, ik mijn leven zou verknoeien. Dat  je je almaar laat raken door al dle appèls, dat is zeer onvrij leven en  zeer eenzijdig. Het is niet mogelijk alles bij te houden en dan ook nog  diepgang te bereiken. Zorg er maar voor dat je niet alles leest wat er  onder je neus komt en niet alle televisieprogramma’s ziet”.

Wat stoort je het meest in onze maatschappij?

“We  zijn gefascineerd door de technologie en het is moeilijk daar doorheen  te kijken en te zien hoe we gevangen zitten in prioriteiten. Die liggen  niet bij het rnenselijke en het leven. Daar komt nog bij dat we geleerd  hebben dat we uitgeleverd zijn aan de omstandigheden en de structuren en  dat daar moeilijk wat tegen te doen ís. Niemand vertelt mij dat ik de  innerlijke kracht heb creatieve oplossingen te vinden en mezelf te  blijven in de heksenketel en me niet te laten meeslepen en dat juist  zo’n houding bij mijn waardigheid als mens hoort, als ik daartoe in  staat ben. Dat is het enige waardoor ik het zelfvertrouwen kan  ontwikkelen om nee te zeggen tegen al die appèls die op me worden gedaan  en om niet mee te hoeven doen met wat iedereen gewoon vindt. Natuurlijk  zijn we allemaal sociaal gevoelig en de maatschappij wil dat je hard  werkt omdat je collega’s je anders voorbijstreven. Je doet mee om erbij  te horen en we herinneren ons nog hoe we als kind dat erg belangrijk  vonden en dat je jezelf kon verraden om er maar bij te horen. Die  sociale gevoeligheid zouden we eigenlijk moeten omzetten in kwaliteiten  als warmte en meeleven. Ja, hoe moet ik het zeggen? We zouden elkaar  daar op kunnen aanspreken. Sociale gevoeligheid is niet slecht, dat  bedoel ik niet, maar het gaat tegen je werken als je het niveau niet  verdiept. Dat is weliswaar níet eenvoudig. Het betekent onafhankelijk  zijn en niet gevoelig voor het oordeel van anderen”.

We  verspillen dus veel te veel energie aan nietszeggende zaken. In  'Terugkeren en verdergaan' schreef je hoe de hoofdpersoon zijn vrijheid  en energie gebruikte om te doen wat gangbaar is, aangepast aan de  doorsnee tijdvullingen van de eigen cultuurkring. Leven we eigenlijk als  gevangenen?

“Ik  heb eens ergens, midden in Spanje tussen de schapen en schorpioenen  gezeten met een vriendin die ook heel weinig zei. We hebben dat zes  weken gedaan, vierentwintig uur per etmaal waren we buiten waar het heel  stil was. Toen ik in Nederland terugkwam, voelde ik overal om me heen  angst. Ik probeerde daarover te praten met mensen en vroeg hun: voelt u  dat niet? Maar ze keken me aan met een gezicht van: waar heb je het  over? Welnu, zo’n angststemming moet ons toch beïnvloeden? Je wordt er  ook door beïnvloed en dat voel ík aan mezelf. Je raakt snel geïrriteerd  en op mijn werk vroeger, waar alles om rivaliteit draait en de angst  voortkomt uit de verwoede pogingen jezelf te handhaven. Het  universitaire systeem is vastgelopen door eenzijdigheid. Ik denk dat  alleen het Vaticaan nog erger is. De zelfhandhaving op de universiteit  ten koste van anderen mist elke grens van menselijkheid. Men heeft  geweld als levensstijl geaccepteerd. We zijn thans bezig met overleven,  in plaats van met leven. Maar ja, er is geen oplossing. Het systeem is  totaal vastgelopen”.

Hoe  zouden we ons kunnen opstellen om de situatie te veranderen? Wat is  jouw antwoord als wijsgerig pedagoog. Enige wijze opvoed-begeleiding  kunnen we vandaag best gebruiken.

“Als  je mij zou vragen wat de grote thema’s van onze tijd zijn, zou ik als  eerste noemen dat wij het leven en daarmee bedoel ik alles wat leeft,  weer als sacraal gaan zien. Eerbied voor het leven en als uitwerking  daarvan het besef van de onvervangbare waarde van het individu en van de  waardigheid van de mens. Bij eerbied voor het leven hoort het besef dat  niemand een niemand is. Iedereen kan een waardevolle bijdrage leveren  aan het geheel, ongeacht de omstandigheden. De belangrijkste bijdragen  gebeuren trouwens buiten het lawaai van het publieke gesprek om. Dus  daar waar geen fame te  vinden is. Wie zijn of haar kind tegemoet treedt vanuit dat besef,  steunt het in een positieve levensinstelling en in zelfvertrouwen die  niet afhankelijk zijn van de goed- of afkeuring van anderen.
Ik  ben ervan overtuígd dat wij ons als mens voorgenomen hebben iets te  realiseren. Of dat nu moeilijk of makkelijk is, is in de eerste plaats  niet zo belangrijk, maar wel belangrijk is of je er trouw aan blijft.  Hier geldt weer, wat anderen ervan vinden is niet erg belangrijk, hoewel  de reacties pijnlijk kunnen zijn, of remmend of stimulerend kunnen  werken. Dan kom je tot je recht en geef je de gemeenschap het beste wat  in je is. Op zich is dit een eenvoudige gedachte, maar we letten er  altijd maar op hoe er tegen ons wordt aangekeken, maar daar behoor je je  niet door te laten imponeren”.

Terugkeren  en verdergaan -  een  pleidooi  voor narratieve kennis in de sociale  wetenschappen en een onderzoek naar  mogelijkheden en herkenbare  betekenissen van eenheidsherstellende ervaringen in deze tijd, proefschrift, I. Dienske, Eburon Delft, 1987.  



Stelling no 9 proefschrift:

“Nadat wij spreken hebben geleerd is het de kunst opnieuw
sprakeloos te worden. Waardevoller dan het eigen geluid toevoegen aan
de ‘collectieve communicatiebabbel’, is het creëren van een kring van stilte”.

©  Alexandra Gabrielli                                     E-mail: camelotmagazine@ziggo.nl
Terug naar de inhoud