Ga naar de inhoud

Swami Ranganathananda - Camelot magazine

Menu overslaan
CAMELOT MAGAZINE
Title
Menu overslaan

DE VEDANTA ALS WETENSCHAP VAN
DE MENSELIJKE MOGELIJKHEDEN

Gesprek met swami Ranganathananda (1908-2005)






De  psychiater C.G. Jung zei eens over de Indische swami's: “Voor zover ik  het zie, is het zo dat een lndiër, zo lang hij lndiër blijft, niet  denkt, althans niet zoals wij dat doen (...) Men weet dat de Hindoes  zwak zijn in rationeel verklaren. Zij denken meestal in beelden en  gelijkenissen. Zij hebben geen belangstelling voor de rede. Dat is  natuurlijk de grondhouding van het hele Oosten (...) Daarom was ik, toen  ik India was, ook niet van plan swami's of goeroes te bezoeken. Ik wist  wat een swami was, ik had een exacte voorstelling van zijn archetype,  en dat was genoeg om hen allen te kennen”.
Jung voegde daar voor ons Westerlingen nog de raad aan toe ons vooral niet te veel in te laten met Oosterse zaken.
Swami  Ranganathananda komt een maal per jaar enige weken naar Nederland om  les te geven in de vedanta-filosofie. Dat doet hij al vijftien jaar.
Alexandra Gabrielli las swami Ranganathananda de uitspraak van Jung voor, en vroeg hem: Kunt u denken?

Het interview vond plaats in het voorjaar van 1985

Swami Ranganathananda  veert op en reageert scherp op de uitspraak van Jung dat hij als hindoe  geen belangstelling zou hebben voor de rede. Nadat hij zijn commentaar  geleverd heeft, zegt hij vergoelijkend: “Als Jung nu zou leven, zou hij  wel anders denken”.
Lang  voor Jung voorspelde Schopenhauer: “Ik geloof dat de invloed van de  Sanskriet-literatuur op het Westen niet minder groot zal zijn dan die  van de Griekse literatuur in de Renaissance”.
Het  is niet onwaarschijnlijk dat Schopenhauer gelijk zal krijgen. Na de  Tweede Wereldoorlog verdiepte een hele generatie zich in de Oosterse  literatuur, daarmee de raad van Jung in de wind slaande.
Ranganathananda  over de opmerking van Jung: “Jung heeft zich nooit de moeite getroost  verder te kijken dan het oppervlak. Men weet hier in het Westen wel  alles af over het bijgeloof van de hindoereligies, maar niet voldoende  over hun filosofie. Waar komt uw religie vandaan? Van gemeenschappen van  slaven uit de Romeinse tijd. Daaruit heeft zich in het Westen een  irrationele religie ontwikkeld, waarin het stellen van vragen altijd  verboden is geweest”.
Het  stellen van kritische vragen, kenmerk van rationaliteit, is nu juist  volgens dr. J.F. Staal, typerend voor de Oosterse religies. Het  standpunt van Jung is een in het Westen diep geworteld vooroordeel, dat  een hardnekkige hindernis vormt voor een juiste kennis van de Oosterse  tradities.
Staal,  thans hoogleraar filosofie en Zuidaziatische talen aan de Universiteit  van Californië en voormalig hoogleraar aan de Universiteit van  Amsterdam, schrijft daarover in zijn boek Het wetenschappelijk onderzoek van de mystiek:  
“Omdat  de meeste mensen ertoe neigen de Oosterse filosofieën vanuit een  religieus standpunt te benaderen, menen ze dat zowel Oosterse  filosofieën als godsdiensten geheel en al binnen het gebied van het  irrationele vallen. Het beeld dat hieruit voortvloeit is voor vogels van  velerlei pluimage aangenaam... De situatie blijkt gecompliceerder te  zijn wanneer we haar wat minder vooringenomen bekijken. In de eerste  plaats beperkt de wetenschap zich niet tot het Westen. Voor China blijkt  dit overduidelijk uit Joseph Needhams boekenserie Science and Civílization in China.  Wat India betreft, begint men zich langzamerhand te realiseren dat de  bestudering van de grammatica van het Sanskriet, op het eerste gezicht  een onbelangrijk en specialistisch onderwerp, zich ontwikkelde tot een  rationele wetenschap, een model voor alle andere, net zoals de wiskunde  dat was in Europa. De taalkundige Panini die het Sanskriet bestudeerde,  betekent voor India hetzelfde als de Griekse wiskundige Euclides voor  het Westen, en zoals de vorm van het westerse denken dikwijls wiskundig  is, is die van het denken in Indië dikwijls taalkundig. Wat ook de  verschillen tussen natuurwetenschappelijke, wiskundige en taalkundige  denkwijzen mogen zijn, ze zijn zeker alle rationeel.

Op  het gebied van de godsdienst zijn nog meer restricties op bovengenoemde  vooroordelen nodig. In de geschiedenis van de mensheid is nooit op  grote schaal en systematisch geprobeerd een rationele verklaring van  godsdienst te vinden. Maar in tegenstelling tot de westerse  monotheïstische godsdiensten en in het bijzonder het christendom, die  het onderwerp als taboe beschouwden, meende men in Indië en China dat  mystiek een onderwerp van rationeel onderzoek en experiment kan zijn. We  overdrijven dus niet wanneer we zeggen dat op het gebied van de  godsdienst de situatie precies het omgekeerde is van wat het gangbare  vooroordeel suggereert: het Oosten is rationeel en het Westen  irrationeel. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de studie van de  geesteswetenschappen in het algemeen. In het Westen was het gebruik van  de rede over het algemeen beperkt tot het bestuderen van de natuur. De  menselijke ziel was het onderwerp van de godsdienst, en de  geesteswetenschappen ontwikkelden zich, voor zover ze dat al deden, op  dat wazige gebied
waar  het irrationalisme hoog aangeslagen wordt. De algemene these die ik wil  verdedigen - namelijk dat mystiek rationeel kan en moet worden  onderzocht - impliceert á fortiori dat de geesteswetenschappen een veld  van onderzoek vormen dat vatbaar is voor rationele methoden van analyse.  De opvatting dat godsdienst en mystiek irrationeel zijn, is een mythe  die de vooruitgang van ons inzicht en begrip heeft gesmoord en die moet  worden verlaten, gewijzigd of tenminste aan een kritisch onderzoek  onderworpen”.
Tot zover Frits Staal.

Een beslissende en langdurige invloed

Swami  Ranganathananda levert een belangrijke bijdrage aan het wegwerken van  de vooroordelen die in het Westen t.a.v. religie en mystiek leven.  Vijftien jaar geleden kwam hij voor het eerst naar Nederland op  uitnodiging van de Stichting Yoga Nederland, die hem verzocht een  yoga-week te begeleiden. Maar yoga wilde hij niet geven: “Omdat ik mij  niet bezig houd met yoga. Er zijn al duizenden mensen die dat doen en  het heeft een veel te goedkope populariteit gekregen. Als je de  spirituele en filosofische dimensies van yoga wilt begrijpen, die vedanta wordt genoemd, wil ik wel komen, voor een vedanta-retraite”.

Het woord vedanta stamt  af van de Veda’s. De Veda’s zijn een verzamelnaam voor de oudste  literatuur van de Indische volkeren en zijn in het Sanskriet geschreven.  Het woord veda betekent letterlijk weten.  Men neemt aan dat de Veda’s zijn ontstaan tussen 2500 voor en 600 na  onze jaartelling. Voordat de teksten werden opgeschreven, werden ze  mondeling van generatie op generatie overgeleverd. Terwijl wij nu in het  Westen de term hindoeïsme gebruiken  voor alles wat met India te maken heeft, is het weinigen bekend dat de  term pas circa 1830 in de Engelse literatuur haar intrede deed, waarmee  men globaal de Indische cultuur van de laatste tweeduizend jaar  aanduidt, als voortzetting van de oude vedisch-brahmanistische  beschaving. Hindoeïsme is op zich geen religie, maar eerder een  federatie van religies, waarin alle vormen vervat zijn die er maar  denkbaar zijn: van het primitiefste geloof, demonengeloof en magie, mystiek, ascese tot abstract-filosofische en monotheïstische stelsels.
“Het  hindoeïsme neemt alle vormen van religiositeit in zich op en selecteert  en elimineert niets. Het is ‘tolerant’ in die zin dat het aan ieder  individu zelf overlaat hoe en onder welke naam men het goddelijke  vereren wil en dat ieder dat geloof moet bezitten en die cultus  aanhangen die het beste bij zijn geestelijke niveau of aanleg past. Het  is eerder geneigd een afwijkende leer of cultus als minder doelmatig dan  als onjuist te beschouwen" (Prof.dr. J. Gonda).

De  vedanta-traditie speelt een grote rol in de intellectuele historie van  India en is de hoofdstroom in het filosofische en religieuze denken van  India. De uitgang anta betekent einde.  Vedanta betekent dus letterlijk het einde van de Veda's of conclusie  uit de Veda's. De filosofisch/religieuze gedachten die zich over een  periode van meer dan drieduizend jaar in India ontwikkelde zijn zeer  complex. In de lange geschiedenis vinden wij de grondpatronen van  verschillende tegenover elkaar staande wereldbeelden die we ook in de  westerse filosofie en de Chinese gedachtewereld tegenkomen. Indische  filosofen waren verwikkeld in verhitte debatten over de standpunten van  materialisme, spiritualiteit, rationalisme, realisme, idealisme,  hedonisme, ascetisme, liberalisme, enzovoort. De historie van de  Indische filosofie is een ononderbroken en continu verhaal van  dergelijke systemen van denken. “Maar”, schrijft Hajime Nakamura in zijn  boek A history of early vedanta philosophy,  “als men zou vragen naar de hoofdstroom van India's gedachtewereld,  zouden we niet aarzelen te zeggen dat die de vedanta-filosofie is. Er is  geen enkel ander denksysteem dat zo'n beslissende en langdurige invloed  heeft uitgeoefend op de hele Indische cultuur. We kunnen concluderen  dat de voornaamste traditie de vedanta-filosofie is”.          .

De  vedanta weerstond een lange rij invloeden, zoals die van het  boeddhisme. Daarboven heeft de vedanta voortdurend andere denksystemen  beïnvloed, zoals bijv. het Jainisme. Verder is vedanta de basis geweest  voor verschillende wetenschappen, en is dat nog, zoals de  rechtsfilosofie, de geneeskuncle en de taalkunde. Bovendien putten de  talrijke hindoe-sekten voortdurend uit de vedanta voor een theologische  en theoretische fundering. Tot op de dag van vandaag geven stichters en  leiders van verschillende hindoe-sekten commentaren op de basis-teksten  van de vedanta.
Het  merendeel van de traditionele en conservatieve geleerden in het India  van vandaag, de pandits, zijn studenten van de vedanta en een groot  aantal van hen behoort tot de school van Shankara, de minst sektarische  van de vedanta-subscholen.

De ‘wetenschap van menselijke mogelijkheden’

Terwijl  eeuwenlang christelijke missionarissen en zendelingen naar het Oosten  zijn getrokken om de boodschap van Christus te verkondigen, vindt in  onze tijd het omgekeerde plaats. Oosterse monniken bezoeken het Westen  om hier hun boodschap uit te dragen, meestal op uitnodiging van westerse  mensen. Swami Ranganathananda brengt de vedanta echter niet als een  ‘religie’, waartoe men zich kan bekeren, of die per se aan de man moet  worden gebracht. Vedanta is eerder een houding, een manier van leven of  een manier om inzicht te verwerven en vooral geen geloof op gezag. Hij  noemt vedanta een wetenschappelijke houding, waarin het verlangen naar  waarheid de nadruk heeft en waarin verificatie en het trekken van  conclusies door eigen inzicht centraal staan. Wat hier voor de  natuurwetenschappen geldt, geldt in het Oosten ook voor spirituele  zaken. Ranganathananda licht toe: “Wanneer hier een wetenschapsman een  of andere waarheid ontdekt in zijn laboratorium, publiceert hij zijn  bevindingen in een wetenschappelijk tijdschrift. Iemand anders gaat ze  controleren en verifiëren. Dat is echter nog niet voldoende.  Verschillende andere onderzoekers controleren ze opnieuw. Tenslotte komt  er een gevestigde wetenschappelijke waarheid tevoorschijn. Dat was nu  ook het proces in de wereld van de religie in onze Oepanishads (commentaren  op de Veda’s). Een wijze ontdekte de goddelijke kern in de mens achter  zijn fysieke en psychische dimensies. Hij noemde dat het Atman,  het goddelijke Zelf. Weer een andere wijze nam deze uitdagende  conclusie op, ging deze controleren, verifiëren en bevond haar als een  waarheid. Het inzicht moest dan nog de toets doorstaan van nog weer  andere wijzen. Elke bevinding werd keer op keer beproefd. En tenslotte  kwam deze tevoorschijn als de waarheid over de mens, als de waarheid van  de ‘wetenschap van menselijke mogelijkheden’. Het verworven inzicht is  daarom niet alleen maar een mening of een persoonlijke ervaring of een  gezichtspunt, het is de diepste waarheid over de mens, over alle mensen.  En iedereen kan dat nu voor zichzelf herontdekken. Het is vastu-tantra-vana: kennis gebaseerd op vastu, of het bestaande feit, waarheid. Vandaar dat de boodschap is: vedahametam: ‘lk heb het verwerkelijkt, ik heb het gekend’, niet dat ik er alleen maar in geloof. Ieder kan het verwerkelijken”.

In de Oepanishads wordt kennis hoog aangeslagen: jnana in  het Sanskriet. Volgens Frits Staal “leggen de westerse monotheïstische  godsdiensten als enige onder de religies van de mensheid zware  beperkingen op het verwerven van kennis. Hierop werd voor het eerst  gewezen in het Oude Testament in de legende van de Boom der kennis. God  verbood Adam van de vruchten van de Boom van kennis van goed en kwaad te  eten. De christelijke opvatting heeft geleid tot de overtuiging dat  alle kennis kwaad is. Het zou echter onjuist zijn, te beweren dat  volgens de christelijke opvatting kennis slecht is. God bezit per slot  van rekening kennis. Maar voor de mens is het zondig, omdat men door  iets te gaan kennen, als de goden wordt en tegen het goddelijk gebod  handelt”.

Deze  houding heeft er volgens Ranganathananda toe geleid dat het christendom  steeds weer in conflict kwam met de wetenschap: “Hier is wetenschap  gebaseerd op de rede, en religie op dogma”.  
Hij  vindt het christendom een op dogma’s gefundeerde godsdienst, en  probeert er gezonde kritiek op te leveren. zonder dat hij ertoe neigt  erop af te geven. Hij voorspelt zelfs een ‘herconstructie’ van het  christendom in het Westen, een nieuwe beleving van de
christelijke  spiritualiteit. Daarvoor is nodig dat het christendom toelaat dat er  vragen gesteld worden, dat men de waarheid gaat zoeken: “Ook in het  christendom is een wetenschappelijke waarheid”.

Maar de christelijke Kerk eist dat men voor alles gelooft

“Ja,  iedereen heeft zijn eigen geloof, u het uwe en ik het mijne. Maar een  persoonlijk geloof moet men niet projecteren op anderen. Daar komt  alleen ellende van”.

In de Bijbel staat dat men geloof moet hebben

“Ja,  geloof in de waarheid, niet in een dogma. Hoe kun je nu zeggen dat een  dogma waarheid is. Dogma is dogma. Waarheid is waarheid. Waarheid is  universeel, dogma is dat nooit. Als een religie gebaseerd is op  waarheid, is zij universeel. Als zij gebaseerd is op een dogma, dan is  zij beperkt. In een dogma zit geen waarheid”.

Bestaat er in de vedanta zoiets als God de Schepper?

“Nee”.

Of een God de Vader?

“Je  kunt Hem met elke naam benoemen omdat geen enkele naam van toepassing  is. Wij noemen Hem ook vaak Moeder. De Presbyteriaanse Kerk in Schotland  heeft vorig jaar verklaard dat God ook Moeder genoemd kan worden. Dat  is revolutionair hier in het Westen. God als Vader, God als Moeder, God  is buiten beide. God kan niet gespecificeerd worden, en als je het doet,  dan beperk je Hem. God is onbepaald, voorbij naam en vorm.
Hij  is niet historisch beperkt, noch ideologisch. Hij is oneindig. God is  Oneindig, Puur bewuszijn, in u, in mij, in het hele universum. Wat ik  bij de mensen zie is een honger naar de ervaring van God. Ik zie het  overal in de wereld, ook in India. Maar ik denk dat de statische  religieuze vroomheid zal afnemen en plaats maken voor een zeer  dynamische spirituele ervaring. Alle religie en alle filosofie moet  uiteindelijk vruchten dragen. Aan de vruchten zal men  de boom kennen, zei Jezus. Er zal in het Westen een zuiverder,  praktischer en rationeler christendom ontstaan. De westerse mens is meer  dan 1500 jaar doorzeefd van het christendom. U hebt hier de Kerk, het  katholicisme en het protestantisme, maar er ontbreekt een echt  christendom. Elke religie verwatert naarmate de tijd verstrijkt, en  wordt zwakker in haar spiritualiteit. Dat is met het hindoeïsme  verschillende malen gebeurd. Maar er komen in het hindoeïsme steeds weer  nieuwe geestelijke leraren. Dat is in het christendom niet zo. Als er  hier wederom een incarnatie van God zou komen, zou niemand hem  herkennen, er is hier geen klimaat voor geschapen en bovendien is er  geen plaats voor zo iemand. Dat is de zwakte van een religie als het  christendom. Een priester kan een religie niet hervormen, alleen een man  van God kan dat doen. Het Westen heeft een kritische geest ontwikkeld  in de wetenschap, die ook het christendom weer beïnvloedde, maar de  spirituele inhoud ontwikkelde in het geheel niet mee. Wel ontwikkelde de  theologie zich tot grote hoogte, ook de dogma’s, de organisatie en de  structuur van de Kerk. De vedanta zou de christelijke religie weer  zuiverder kunnen maken en tot een spiritueel avontuur”.

Geen dogma, maar waarheid

Na verschijning van Ranganathananda's boek The message of the Upanishads (De  boodschap van de Oepanishads) ontstond er een briefwisseling tussen hem  en Sir Julian Huxley, Nobelprijswinnaar biologie die later in de  herdrukken van het boek opgenomen is. Ook Erwin Schroedinger,  Nobelprijswinnaar fysica, voelde zich aangetrokken tot de vedanta en hij  ried het Westen aan de vedanta-filosofie te bestuderen.
“De vedanta is een speciale attractie voor wetenschapsmensen”, aldus Ranganathananda, “die wijde perspectieven biedt”.

Maar  wat vindt u van de goeroes uit India die het Westen bezoeken, en die  zeer orthodoxe leringen brengen, even orthodox als christelijke sekten  hier?

“Ik  heb geen enkel bezwaar tegen sekten. Laat maar komen, als men maar niet  sektarisch wordt, daar komt maar ellende van. Laten we de heldere kant  ervan zien, en de niet zo heldere kant. Alles in de wereld is een  mengelmoes van iets goeds en iets dat niet zo goed is. Volmaakte dingen  zijn in deze onvolmaakte wereld niet te vinden. Maar de vedanta  accepteert geen dogmatische benadering. Men moet hier leren  onderscheiden wat bijgeloof is, en wat niet. U eet toch ook niet alles?   Waarom neemt men dan hier wel zo’n houding aan tegenover al degenen die  uit het Oosten komen en hun boodschap hier verkondigen? Laten we  onderscheiden en niet al het vuil dat India ook heeft, zomaar slikken.  Vuil is vuil, ook in India”.

Is vedanta niet typisch Indisch en...?

“Is  wetenschap typisch westers? Wetenschap is universeel, menselijk. Als er  waarheid is, dan is het menselijk. Als vedanta een dogma is, is het  Indisch. Als het waarheid is dan is het internationaal. Vedanta is een  internationale, menselijke waarheid. Dat is mijn bijdrage die ik lever,  dat aan de mensen te vertellen, meer niet. De wetenschap ontstond in het  Westen, maar vandaag is er geen Westerse wetenschap; wetenschap is nu  in alle opzichten internationaal”.

Welke  houding kun je aannemen volgens de vedanta in een wereld waarin de  machtsstrijd zich overal afspeelt om ons heen en die zijn hoogtepunt  vindt in de harde dialogen tussen de USA en de USSR?

“Die  toestand is ontstaan door de mechanisering van de mens. Maar de mens is  niet een machine. Het mechanistische, wetenschappelijke wereldbeeld is  aan zijn eind. De mens bedient de machine, de mens moet menselijker  worden, humaner. Hoe moet ik mijzef menselijk maken? Hoe behandel ik  andere mensen menselijk? Dat is een spirituele zaak. Als je spiritueel  maar een heel klein beetje groeit, dan komen de menselijke impulsen  spontaan in je op. Je hoeft daar helemaal niet voor te vechten, noch  grootse daden te verrichten. Liefde, mededogen, toewijding, menselijke  zorg zijn allernaal bijprodukten van spirituele groei van de mens. Als  je nu de regeringen wilt beïnvloeden, dan is dat een langdurige  geschiedenis. Er is nu eenmaal een aantal zelfzuchtige mensen in een  gemeenschap. Maar, als een koning zijn religie verandert, verandert de  helft van de bevolking zeker mee. Maar zoiets zal vandaag niet gebeuren.  Tegenwoordig is er een langzame invloed vanaf de basis naar boven. Als  bijvoorbeeld tien procent van de mensen in Nederland naar het spirituele  neigt, komen er misschien steeds meer mensen die dat ook doen. Dat  geldt voor alle landen, ook voor de Sovjet-Unie bijvoorbeeld. Daar  hebben de mensen ook spirituele honger. Niemand kan verzadigd worden  door politieke slogans, de hele tijd maar door, of door economische  leuzen".

Wat  is volgens u de oorzaak dat wij mensen zo weinig kunnen beheersen?  Economisch verval bijvoorbeeld schijnt een autonoom proces te zijn dat  buiten de wil van de mens om plaatsvindt...

“De  mensen dachten in de vorige eeuw dat ze almachtig waren. Dat de hemel  om de hoek zou liggen. Maar dat idee heeft men allang verlaten. Het was  een illusie. Wij zijn beperkt in onze macht, zelfs de wetenschap  accepteert haar eigen beperkingen. Wetenschap en techniek kunnen huizen  bouwen, maar je niet gelukkig maken. Die beperking geldt ook voor de  politiek. Uiteindelijk is er maar een ding dat telt, en dat is de mens.  Hoe groeit hij, hoe ontplooit hij zich, wat zijn zijn mogelijkheden. Ook  spiritueel”.

Wat is uw advies aan mensen die een spiritueel leven willen leiden?

“Spiritueel  leven is heel persoonlijk, zeer individueel. De religie in India is  niet gecentreerd in een kerk of een tempel, maar in het eigen huis. Je  zit daar in meditatie, in gebed. Je groeit spiritueel. Je kunt anderen  wel helpen, maar altijd maar tot een zekere hoogte. Als je nu  bijvoorbeeld zelf een lamp wordt, dan kun je andere lampen aansteken en  zij op hun beurt ook weer, en op die manier kunnen wij licht brengen in  de wereld. Dat is ieders bijdrage. Eerst steken we onze eigen lamp aan  en helpen anderen zoveel mogelijk. Zo kunnen we elkaar wederzijds  beïnvloeden. 's Morgens kun je bijvoorbeeld mediteren op vriendschap,  vrede, liefde. De meeste mensen willen vrede, maar ondanks onszelf  worden we altijd weer in de richting van haat en angst getrokken”.

Wat is uw raad aan mensen die in psychische nood  verkeren?

“Behalve  in analyse gaan bij een psychiater, soms kan het niet anders, bestaat  er een kracht in elk mens, een energie, die, eenmaal opgewekt, alle  ellende en nood verteert. Dat noemen wij ‘het vuur van jnana ontsteken’  in jezelf. Net zoals je een stuk kip eet dat vervolgens in je maag  verteert, bestaat er spirituele vertering. Dat is een proces van  begrijpen, een groeiproces. Misschien is het christendom eens weer in  staat dat spirituele vuur op te wekken”.

Literatuur
M. Serrano, C.G. Jung and Herman Hesse, A record of two friendships, New York (In het Nederlands vertaald: De hermetische cirkel, Lemniscaat, Rotterdam 1975).
Frits Staal, Het wetenschappelijk onderzoek van de mystiek, Het Spectrum. Utrecht 1978.
H. Nakamura, A history of early vedanta philosophy, M. Banarsidass. Delhi 1983.
Swami Ranganathananda, The message of the Upanisads, Bharativa Vidya Bhavan, Bombay 1980.
Swami Ranganathananda, Science and religion, Advaita Ashrama, Calcutta 1979.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Swami Ranganathananda  werd in 1908 in Kerala, lndia geboren en trad in 1926 tot de  Ramakrishna Orde toe, waar hij in 1933 tot monnik werd gewijd. Hij is  een volgeling van Ramakrishna (1836-1886), wel de  ‘laatste  profeet’ genoemd en beschouwd als een van de grootste  spirituele leraren die India ooit gekend heeft. Ramakrishna verdiepte  zich niet alleen in de religies van India, maar ook in het christendom  en de islam. Zelf behoorde hij tot geen enkele richting noch sekte, noch  preekte hij een religie. Hij wees er telkens weer op dat de mens zijn  eigen spirituele erfgoed moest gebruiken om tenslotte voorbij te gaan  aan de grenzen van welke religie dan ook. Een mens dient zijn eigen  beeld van God te maken, was zijn boodschap. ln de ashram die hij met  zijn vrouw leidde, verzamelde hij een aantal leerlingen, van wie Swami  Vivekananda de bekendste is. Deze stormachtige persoonlijkheid bracht de  vedanta naar het Westen. Op het Wereldparlement van Religies dat in  1893 in Chicago werd gehouden, lanceerde hij de vedanta, die ‘als een  bom insloeg’. Zowel Ramakrishna als Vivekananda zijn in het Westen  bekend geworden door de boeken van Romain Rolland en Christopher  lsherwood. “Ramakrishna was geen held van de daad zoals Gandhi, noch een  genie op het gebied van de kunst of van het denken, zoals Goethe of  Tagore”, schreef Rolland, “hij was een kleine Brahmaanse boer uit  Bengalen waarvan het uiterlijk leven zich binnen zeer beperkte grenzen  afspeelde, dat geen bijzondere gebeurtenissen kende en zich verre hield  van de politieke en sociale activiteiten van zijn tijd. Maar zijn innerlijk leven omvatte het totaal van alle mensen en van alle goden”. (Zie Sri Ramakrishna van Italo De Diana en George Hulskramer als introductie tot Ramakrishna, uitg. Ankh-Hermes, Deventer).

Hoewel  Ramakrishna, die zelf getrouwd was, geen richtlijnen heeft gegeven wat  betreft het stichten van een monnikenorde, ontstond in de tijd van zijn  leerling Vivekananda de Ramakrishna Orde, die inmiddels meer dan tachtig  afdelingen in India heeft en meer dan dertig in andere delen van de  wereld. De orde behoort tot een van de grootste en best georganiseerde  ín India en doet veel aan liefdadigheid, bouwt ziekenhuizen en beweegt  zich op het gebied van onderwijs. De orde is echter in hoofdzaak  spiritueel gericht en de boeken die onder haar beheer worden uitgegeven,  duiden ook in die richting. Swami Ranganathananda is momenteel belast  met de afdeling in Hyderabad in lndia. Een groot deel van zijn tijd  brengt hij in het buitenland door, waar hij lezingen en workshops geeft.  In totaal heeft hij meer dan vijftig landen bezocht, waaronder Rusland  waar hij in 1977 een bezoek bracht aan de Universiteit van Moskou. Hij  sprak daar over Swami Vivekananda en zijn humanisme, in het Engels  zonder tolk. Hij is een man met een buitengewoon scherpe geest, die zijn  gehoor steeds weer weet te boeien door zijn verrassende uitspraken.

©  Alexandra Gabrielli                                     E-mail: camelotmagazine@ziggo.nl
Terug naar de inhoud